De Duitse filosoof en theoloog Josef Pieper heeft de scholastiek eens omschreven als de synthese van de Germaanse vitaliteit en kracht met de klassieke wijsheid. Met een enorme ijver heeft de katholieke kerk de wijsheid van eeuwen niet alleen bewaard van de ondergang, maar ook doorgegeven in een eeuwenlang scholingsprogramma: de scholastiek. De klassieken leren ons veel over de juridische, wijsgerige en filosofische grondslagen van onze christelijke cultuur. En zonder de Klassiek-Romeinse bron missen we de institutionele aansluiting tussen de Joods-christelijke traditie en de Germaanse (of Teutoonse) bron. Voor de paleoconservatieven zijn de klassieken weliswaar niet primair - en daarin onderscheiden we ons van humanistisch georiënteerde katholieken en conservatieven - maar wel essentieel voor het begrijpen en het overdragen van onze cultuur.
"Hoe waarderen wij deze Klassieken?" Het antwoord op deze vraag is bepalend voor de vraag of en in welke mate men een humanist, een neo-conservatief of een paleoconservatief is. De Klassieken hebben schijnbaar veel betekend voor onze Europese, westerse beschaving. Volgens sommigen is in de Griekse Polis onze "democratie" ontwikkeld. Verder hebben de Grieken de filosofie geïntroduceerd en met haar de kiem gelegd van haast alle vormen van moderne wetenschap. De Romeinen hebben vooral betekenis gehad voor de rechtsontwikkeling.
Toch is het volgens sommigen maar de vraag in hoeverre we schatplichtig moeten zijn aan de Klassieken. Moderne filosofen als Nietzsche en Heidegger zagen in de Griekse filosofie - en in haar latere vermenging met het christendom - de oorzaak van de vervreemding van de mens met de natuur of het Zijn - wat volgens Heidegger had geleid tot 'Zijnsvergetelheid'.
Is het waar dat juist een filosoof als Plato met diens staatsopvattingen aan de bakermat heeft gelegen van tal van vormen van despotische politiek, zoals niet alleen Karl R. Popper meent, maar ook de traditionele conservatieve denker Claes G. Ryn? Of moeten we ons oor leggen bij andere geluiden, zoals die van Cornelia de Vogel of W. Aalders, die in Plato juist "de blik op de eeuwigheid" ontwaarden? We laten deze vragen in het midden van het open debat liggen. Kennis van de Klassieken is om meerdere redenen een noodzakelijkheid. We noemen er enkele.
Hoe men deze stap in de geschiedenis van de mensen mag waarderen, feit blijft dat de Grieken een duidelijk te markeren stap hebben gezet in de ontmythologisering van de werkelijkheid en de natuur. Het feit dat men door middel van de Rede als rationele contemplatie de wereld en haar wezen kon ontdekken en kennen, kan men beschouwen als een externalisering van de menselijke geest van formaat. Het grondprincipe van externalisering (rationalisering) en vastlegging (objectivering) was in haar beginstadium van eeuwen nog niet te herkennen als een dusdanige revolutionaire stap als dat we al om ons heenkijkend in onze tijd dienen vast te stellen. Dat het grondpatroon van deze denkwijze grote gevolgen zou hebben in de menselijke geschiedenis, lieten de beste leerlingen uit de klas â€" de Romeinen - al snel zien.
De Romeinen brachten op politiek en juridisch gebied op grote schaal in de praktijk wat de Grieken in hun hoofden en in hun Polis deden: imperiaal handelen en denken. Het imperiale was weliswaar reeds gemeengoed in het "Oosten" (Azië, Midden-Oosten, Egypte, etc.), maar de Romeinen verbonden een politiek van empire-building met rechtspositivisme en legalisme. Het Oosterse imperialisme was altijd gekenmerkt door de centralisatie rond een despoot en zijn gunstelingen. Dit element trad later weliswaar ook naar voren in het Romeinse Rijk - sinds ongeveer 100 n.Chr. onder de heerschappij van Trajanus, en met name met de komst van de "soldatenkeizers" zoals Philippus de Arabier - maar de Romeinen accentueerden meer dan de anderen de gedachte dat hun Rijk een Rijk was van Orde, Vrede, Recht en Voorspoed: de Pax Romana.
Niet de grondhouding despoot-slaaf werd allesbepalend - al werd deze houding met de Aziatisering van het Romeinse Rijk, sinds 100 n.Chr., wel steeds meer naar voren geschoven - maar die van het "burgerschap". Was het "burgerschap" onder de Grieken nog een zaak van de locale gemeenschap - de Polis - bij de Romeinen verdween de oriëntatie op Rome weliswaar niet, maar werd het burgerschap gefundeerd in algemene wetten met daaraan verbonden rechten en plichten. Rome werd de belichaming van de Staat, zoals die later - in onze tijd - gemeengoed zou worden.
De loskoppeling van het bestaan werd onder Romeinse auspiciën zichtbaar in de komst van het Romeinse Recht dat liet zien dat het gewoonterecht steeds meer zou worden vervangen door het positieve recht dat gecreëerd werd door een "Staat" (i.c. de Keizer) die niet meer onder het recht stond - als mens en onderdeel van de natuurlijke, traditionele en locale gemeenschap - maar erboven en mitsdien bevoegd om zelf recht te scheppen. Hadden de Grieken met hun schema "hoger vs. lager" juist het culturele en het filosofische op het oog, de Romeinen ontdekten dat deze principes nog meer geschikt waren om politiek, handel en massapsychologie mee te bedrijven. Het temmen en ophitsen van de massa's met "brood en spelen" werd een vast onderdeel van de Romeinse politiek om de massa's te bespelen.
In haar nog niet door het jodendom en christendom gepolijste vorm, is deze interpretatie van de Klassieken zeer bruikbaar om juist en met name in de Klassieken de imperiale, geobjectiveerde en gehumaniseerde menselijke geest in onze tijd te analyseren. Niet de fatale mix van christendom en hellenisme is de westerse cultuur fataal geworden, zoals lieden als Nietzsche en Heidegger meenden, maar de fatale en brisante mix tussen Oosters despotisme en Grieks denken en de lering daarvan door de rauwe en vitale Romeinse stam, die door haar republikeinse en praktische inslag de kracht bezat om deze dodelijke mix tot werkelijkheid te maken en dat te doen zonder scrupules. Dat door deze houding handel, wetenschap en kunst konden opkomen en "bloeien" en dat het christendom van deze imperiale denk- en handelswijze gebruik zou hebben gemaakt om als voortzetting van de Pax Romana de rol over te nemen van het eerste Rome, achten wij slechts secundair, nog afgezien van het waarheidsgehalte van de laatste bewering.
Niet het tempo achten wij adembenemend - en daarom interessant; een tempo dat pas in onze tijd aan het licht is gekomen en bezig is zich voortdurend te versnellen; wat ons interesseert is het proces van het uit elkaar trekken van de diverse levensfuncties in haar "afzonderlijke" verheffing in tal van gebieden zoals "kunst, politiek, economie, etc.". Zoals de Teutoonse Bron door haar relatieve afstand een spiegel kan zijn voor het vergeten joods-christelijke en Bijbels-realistische fundering van een goede samenleving, zo kunnen de Klassieken op z'n minst - naast al het vanzelfsprekende vormende en leerzame dat ze bieden - ertoe dienen om een spiegel te zijn van onze imperiale en in alle opzichten losgeslagen, ontwortelde en gefragmentariseerde samenleving in verval.