Waar de moderne cultuur haar uitgangspunt neemt in de politiek en de cultuur en zodoende intellectueel begint bij de Griekse en Romeinse klassieken, begint bitterlemon.eu bij de afkomst en de historische en natuurlijke gegevenheid. Niet de ideologie, de filosofie of de cultuur is de grond waarop we leven, maar natuur, historie en religie. De Germaanse bron brengt ons daarom allereerst bij de christelijke bron. Het christendom is de werkelijkheid van onze voorouders ingegaan om deze van binnenuit te kerstenen. Het essentiële van de premoderne tradities is herkend, gevormd, bewaard en opgenomen in de christelijke Avondlandcultuur van ons Oude Europa. De christelijke traditie is daarom ook primair om het Oude Europa te herbouwen en te bewaren. Het christendom toont ons zowel het fundament van Europa en van de Nederlanden; ze toont ons ook de eenheid van het leven en de geestelijke werkelijkheid in dit leven.
Europa is daarmee het continent van de eenheid in verscheidenheid. Dit eufemisme geeft goed de werkelijkheid van Europa weer waarin eenheid en oorlog hand in hand gaan. Wat voor Europa geldt, geldt in gelijke mate voor het christendom. En in de belijdenis van de ene God, van de ene Kerk en van de ene Heilige Schrift, is dit christendom gedurende haar gehele bestaan het toneel geweest van eenheid en strijd, van gezamenlijkheid en verscheurdheid. Het is dus niet geheel ongeoorloofd om te stellen: Europa, dat is het christendom.
Onder alle religies en ideologieën van de wereld is het christendom enig en uniek. Als enige traditie hanteert ze haar beginpunt van leven, denken en geloven in het oorspronkelijke goede en volmaakte van Gods schepping. Dit startpunt heet ook wel 'de staat der rechtheid' (dat is: het oorspronkelijk goede). Het christendom gelooft dat God alles oorspronkelijk goed - "zeer goed" - geschapen heeft. Door de zogenaamde 'zondeval' is er het kwaad, de schuld en het bederf in de wereld gekomen. Deze zondeval heeft het goede niet uitgewist, maar aangetast, en bedekt met een toesluitende bedekking - de vloek; zoals het christendom dat noemt.
Het beslag van de zonde op de wereld - zoals we deze bedekking ook kunnen noemen - heeft echter niet alle sporen uitgewist. Het christendom leert dat de wereld blijft staan tot in eeuwigheid. En dit "staan" is niet een statisch gebeuren, maar een dynamis van afval, herstel, handhaving en bloei; en dit alles onder de voortdurende bemoeienis van de Geest van God die in en door alle dingen werkt.
Door haar leer van de erfzonde - de komst van de zonde in de wereld die in en door alle mensen doorwerkt - heeft het christendom een riskante waarheid in de wereld gebracht. Slechts met de leer van de zondeval is het mogelijk te begrijpen wat de aard van ons bestaan is; zonder zondeval wordt het erfzonde-idee een bron van islamisme en liberalisme. De zondeval verklaart waarom het goede altijd het primaat heeft en moet hebben. Maar het verklaart ook waarom het "verderf" zo concreet aanwezig is; sterker nog: het is een voortdurende bedreiging van de orde en deze orde dient voortdurend beschermd en onderhouden te worden tegen aantasting, verval en verlies. Het verklaart tevens waarom het goede tegelijkertijd zo zwak en weerloos kan schijnen, maar dat het goede bij erkentenis en toeëigening ervan ook juist een - de - bron van kracht kan zijn.
Het derde unieke punt van het christendom - na schepping en zondeval - is haar boodschap (evangelie) van verlossing, verzoening en herstel van alle dingen. Het christelijk geloof leert dat God mens is geworden in Jezus Christus. Door deze daad liet God zien dat Hij onlosmakelijk onderdeel is - en altijd is geweest - van de schepping, het aardse en de historie. Het "middelaarschap" van Christus is oorsprong, bron en verklaring van het algemene middelaarschap door welk geen leven mogelijk is. In het middelaarschap dat verschillende gestalten kent: vader, koning, priester, profeet, herder, verkrijgt de mens de mogelijkheid en de kracht om: 1) de orde te zien en te kennen, 2) de zekerheid van kennis, leven en sterven te bezitten, en 3) de orde - het leven zelf - te onderhouden, te bewaren en te handhaven i.c. herstellen.
De Engelse schrijver Oscar Wilde zei eens dat een christen in staat is zijn eigen geschiedenis te veranderen. Hij had gelijk. Door de leer van de verzoening is de christen in staat zijn verleden van schuld kwijt te raken. Niet door noodlotsdenken, relativisme of onverschilligheid van andere levensinstellingen, maar door haar notie van bekering. Deze bekering of wedergeboorte duidt op het begin van herstel van de oorspronkelijke schepping in een mens. Deze mens gaat licht van duister onderscheiden, leert op Gods wil de leiding van de Kerk te vertrouwen en wordt zelf een pilaar van een vernieuwde wereld die wordt teruggeleid tot haar oorsprong: de eenheid van hemel en aarde, de gemeenschap, het verbond en de heerschappij van het Recht van God.
De zekerheid van zaligheid en redding maakt van de christen een sterk mens die zonder de dood en het lijden te mijden of te nihiliseren, deze dood en het lijden onbevreesd tegemoet treedt. Alles in het christendom is doortrokken van zekerheid. De zekerheid van kennis, de zekerheid van inzettingen, de zekerheid van behoud en de zekere kennis Wie God is, maakt het mogelijk dat de christelijke mens een zelfstandige, zelfredzame, vrije en ordehandhavende republikeinse mens wordt in de klassiek-Bijbelse zin: de mens die net als David uit het veld treedt om een herder te zijn voor de hem toevertrouwde anderen in huwelijk, familie, volk, kerk en land.
Het christendom is een eenheid met het jodendom en deze eenheid manifesteert zich in de eenheid van haar Heilige Schrift: de Bijbel. In de Bijbel zijn de TeNaCH van de joden als Oude Testament en de geschriften van de apostelen (de gezanten van Jezus Christus) als Nieuwe Testament een eenheid. Deze eenheid is kenmerkend voor het christendom. Dezelfde eenheid is te vinden in haar waardering voor de eenheid van het leven, de mens uit een stuk en de eenheid van de werkelijkheid. Deze eenheid is niet te verwarren met gelijkheid, nivellering en emancipatie - integendeel. Het is een eenheid in verscheidenheid en een gelijkheid in ongelijkheid (Emil Brunner).
De werkelijkheid zoals het christelijk geloof die openbaart is een gelaagde werkelijkheid waarin God de aarde doet kennen en doet toekennen aan de mensen en de andere schepselen, en tegelijkertijd de hemel doet kennen en doet toekennen voor elk schepsel dat straks vernieuwd zal worden aan het einde van de geschiedenis. Deze vernieuwing is reeds nu begonnen en is van alle tijde: God laat niet los wat zijn hand begon (Psalm 138). Het reiken naar de hemel en het bewonen van de aarde; het kennen van de dingen en de waardering van het gewone leven - dit alles maakt van het christendom een traditie die zowel het aardse als het sublieme en verrukkelijke manifesteert. Deze manifestatie is de eeuwen door gebleken in theologie en wetenschap, in kunst en cultuur, in kerken en architectuur en bovenal in de vele bijzondere levens van christenen die als vleesgeworden tekenen van hun God op aarde leven en geleefd hebben.